Fasen van de bevalling

De bevalling is onder te verdelen in 3 fasen, namelijk de ontsluiting, de uitdrijving en het nageboortetijdperk. De 3 fasen worden hieronder beknopt beschreven. Tegen het einde van je zwangerschap bespreken we deze fases met je en krijg je een folder mee over de bevalling, waarin je alles nog eens rustig kunt nalezen.

De ontsluiting

Wat is ontsluiting?
Voordat je je kindje naar buiten kunt gaan persen, zal eerst de baarmoedermond helemaal open moeten gaan. Je moet 10 centimeter ontsluiting hebben. Je baarmoedermond is in de zwangerschap een stug tuutje, wat eerst week moet worden en daarna moet verkorten/ plat worden. Dit noemen we verstrijken. Vooral bij een eerste kindje is dit veel werk: er zijn best veel weeën nodig om dit voor elkaar te krijgen. De plaatjes laten zien wat verstrijken nu eigenlijk is.

Pas daarna gaat de baarmoedermond open. Het is normaal als de ontsluiting gemiddeld 1 centimeter per uur vooruit gaat. Bij een tweede of volgend kindje, gaat dat verstrijken en ontsluiten tegelijkertijd, wat veel tijdwinst oplevert. Sowieso gaat de ontsluiting bij een tweede of volgend kindje vaak sneller.

Wanneer is de bevalling nu echt begonnen?
Als je regelmatige weeën hebt, die toenemen in sterkte, duur en frequentie. De weeën duren 1 minuut of langer, komen vrij regelmatig en steeds vaker, minimaal 1x per 5 minuten. De vliezen breken,soms laten de weeën dan nog even op zich wachten, soms beginnen de weeën meteen. Het kan zijn dat je voor het begin van je bevalling al wat rommelt, er gebeurt van alles in je buik, maar de weeën zetten nog niet echt door. Probeer in dat geval gewoon door te gaan met wat je aan het doen was. Denk niet meteen dat de bevalling al begonnen is. Stel dat je wilde gaan slapen, doe dat dan ook: zo pak je nog wat extra rust. Als de bevalling dan echt doorzet, word je echt wel wakker van de weeën. Ook is het verstandig om niet voortdurend op de klok te kijken. Als je als heel vroeg denkt dat je bevalling is begonnen, dan lijkt deze heel lang te duren. Als je je minder fixeert op de tijd, heb je ook kans dat je bevalling vlotter verloopt. Er zijn een aantal zaken die je bevalling kunnen tegenwerken. Dat komt omdat het hormoon adrenaline vrijkomt in je lichaam, dat de bevallingshormonen oxytocine en prostaglandine tegenwerkt. Dat kan zijn in o.a. de volgende situaties:

  • Kou kleed je warm aan, maar vooral: sokken!
  • Onrustige/ onprettige omgeving.
  • Als je je schaamt, niet op je gemak voelt of teveel rekening houdt met anderen.
  • Als je het niet meer ziet zitten, teveel nadenkt of teveel verwacht.
  • Als je je bekeken voelt, of medelijden hebt met jezelf (een beetje mag wel hoor).
  • Als je schrikt, of er teveel licht en harde geluiden zijn.

Wat kun je dan beter wel doen?

  • Als de weeën nog niet zo hevig zijn, blijf dan lekker rondlopen.
  • Zoek een rustig plekje waar je in jezelf kunt keren.
  • Vermijd fel licht, schemering is vaak prettiger. Zet rustige muziek op als je dat   prettig vindt.
  • Geef je over aan je weeën, ga mee met de golven van de pijn van je weeën Ga nooit tegen je weeën in!
  • Laat je gedachten los, huil uit als iets dwars zit.
  • Rust goed uit tussen de weeën door, praat ook dan niet met anderen.
  • Bedenk dat elke wee die geweest is, nooit meer terugkomt!
  • Laat je bekkenbodemspieren los. Span je ze teveel op, dan heb je meer pijn en werk je de ontsluiting tegen.
Tijdens de ontsluitingsfase zul je moeten zoeken naar een houding die voor jou het prettigst aanvoelt. Een paar voorbeelden van houdingen waarin je weeën kunt opvangen:

Over het algemeen bevorderen de verticale houdingen de ontsluiting, door de druk dat het hoofdje uitoefent op je baarmoedermond, en doordat die druk ervoor zorgt dat er meer hormonen vrijkomen. Bij houdingen waarbij je buik vrij hangt, kan het prettig zijn om heen en weer te wiegen met je billen. Je laat dan ook je bekkenbodem beter los. Als de weeën eenmaal begonnen zijn, is er geen weg meer terug: je moet er doorheen! Om de weeën op te vangen, kun je het beste goed op je ademhaling letten: In het begin volstaat de buikademhaling: inademen door je neus, geef je buik de ruimte en laat deze omhoog komen, even vasthouden en (hoorbaar) uitblazen door je mond. Als de weeën heftiger worden, red je het daar niet meer mee. Adem ook nu in door je neus, maar adem in korte pufjes uit: 2-3x kort, 1x lang. Worden de weeën nog heftiger, adem dan met meerdere korte pufjes uit, maar eindig altijd met een lange puf. Denk hierbij bijvoorbeeld aan deze wee komt nooit meer t`rug, waarbij t`rug een lange puf is. De pijn die je voelt tijdens een wee, kun je gebruiken als middel om je te concentreren. Richt al je aandacht op de pijn. Probeer je niet tegen een wee te verzetten: hij komt toch en doet dan alleen maar meer pijn! Ga mee met je weeën als de golven van de zee. Alleen op die manier blijf je je weeën de baas en ga je niet kopje onder. Wanneer je meegaat in de weeën, zal je lichaam een stof aanmaken die lijkt op morfine. Op die manier kun je de pijn beter de baas blijven. Tijdens de bevalling zal je heel wat verschijnselen ervaren. Weeën en vruchtwaterverlies spreken voor zich, maar overgeven, kramp in je benen, slijmerig bloedverlies, bibberen en klappertanden kunnen ook bij het bevalproces horen.

Uitdrijving

De uitdrijvingsfase is over het algemeen te herkennen aan het gevoel van persdrang. Deze persdrang zal in de laatste fase van de ontsluiting langzaam opkomen. Je voelt steeds meer druk van onderen tijdens een wee, alsof je enorm naar het toilet moet. Bij het gevoel van persdrang zal de verloskundige met een inwendig onderzoek controleren of er sprake is van volledige ontsluiting 10 cm. Het moment waarop je mee mag persen, kan soms een hele omschakeling zijn, waar je moeite mee hebt. Dat is logisch: eerst mocht je alleen maar weeën wegzuchten, nu moet je ineens iets heel anders doen! Dat geeft helemaal niets. We nemen de tijd voor die omschakeling en helpen je met het persen, door je instructies te geven. Er zijn verschillende houdingen die je kunt aannemen tijdens het persen. Bijvoorbeeld liggend op je rug of zij, half zittend, hurkend, staand, op handen en knieën of op de baarkruk. Het is van tevoren moeilijk te bedenken hoe je wilt persen. Je verloskundige zal je in die fase begeleiden in de houding die voor jou het prettigst is. Vaak is het gewoon uitproberen. Gedurende de gehele persfase zal je verloskundige bij je zijn om je te coachen en stimuleren.

Nageboortetijdperk

Daar is dan eindelijk het moment waarop je jullie langverwachte baby in je armen hebt! De baby wordt afgedroogd met lekker warme doeken. De baby zal lekker bij je op de borst liggen en samen kunnen jullie even bijkomen van het zware verrichte werk. Helaas is de bevalling nog niet helemaal achter de rug. De placenta moet nog geboren worden. Dit is gelukkig niet meer te vergelijken met de geboorte van het kindje! Wel zal je nog even moeten persen maar de placenta en vliezen zullen snel volgen. Na de geboorte van de placenta en vliezen zal je verloskundige je onderkantje inspecteren om te kijken of er iets gehecht moet worden. Je wordt tijdens het hechten altijd verdoofd! Tenslotte het leuke gedeelte! De baby zal worden nagekeken. Zit alles erop en eraan, wat is het gewicht en de temperatuur. De baby krijgt vitamine K wat hij/zij nodig heeft voor de bloedstolling. Dan wordt hij/zij aangekleed en eventueel aan de borst gelegd. Bij de kersverse moeder wordt het bloedverlies en de stand van de baarmoeder in de gaten gehouden. Als dit allemaal goed is en je hebt wat gegeten en gedronken, mag je lekker douchen en in een schoon bed.